Zinderende zilveren medaille voor Pijs en Greidanus
Op de slotdag van het WK roeien in Plovdiv was er dan toch het succes waar de Nederlandse equipe op zat te wachten: een zilver medaille voor roeiers Arnoud Greidanus en Joris Pijs na een zinderende wedstrijd waarbij de uiteindelijke wereldkampioen Italië tot een boegbal benaderd werd. Het resultaat was een extra mooi succes voor coach Rob Jonkman, die elf jaar geleden ook al een zilveren lichte twee-zonder afleverde tijdens het wereldkampioenschap roeien. “Ik denk dat we een eerlijke beloning hebben gekregen gezien onze wedstrijd,” zei een tevreden Joris Pijs achteraf.
Wie na vijfhonderd meter in de wedstrijd had voorspeld dat Pijs en Greidanus zilver zouden winnen was voor gek verklaard. De ploeg kende een vrij dramatische opening en roeide lang in eennalaatste positie. “Volgens mij hadden we gewoon een goede start,” vertelde Arnoud Greidanus. “We hadden alleen niet verwacht dat de andere ploegen er zo krankzinnig vandoor zouden gaan.” De Italianen schoten inderdaad uit de startblokken alsof de duivel hen op de hielen zat. De hele race lang sjeesden Armando dell’Aquila en Luca de Maria in een tempo van rond de 40 halen per minuut over de baan – in een twee-zonder nota bene.
Na achthonderd meter in de wedstrijd begon het bij de Nederlanders ook te lopen, en ook Pijs en Greidanus tikten volgens eigen zeggen vanaf dat moment de hogere tempi aan. Het betekende het begin van een indrukwekkende opmars door het veld heen. Eerst moesten de Oostenrijkers, vervolgens de Denen en tenslotte ook de Fransen eraan geloven. “Toen we door hadden dat de Italianen maar een bootlengte voor ons lagen zijn we als een gek gaan sprinten,” vertelde Greidanus. Het verschil op de streep was uiteindelijk maar een zeven honderdsten van een seconde – in het voordeel van de Italianen, dat dan weer wel.
Had de lichte twee met Pijs en Greidanus gewonnen, dan was het de eerste wereldtitel voor lichte roeiers geweest sinds 2007, toen de lichte acht in München het goud voor zich opeiste. Greidanus zat toen ook in de boot, en na een reserverol tijdens de Olympische Spelen van Beijing had hij gehoopt om zijn olympische debuut te kunnen maken in Londen. “Maar de afgelopen zes maanden zijn ontzettend fijn geweest. Geen gezeur met selecties, gewoon lekker samen trainen en genieten van de sport. Deze zilveren medaille is gewoon een mooie prestatie.” Pijs kon dat alleen maar beamen.
Naast Joris Pijs en Arnoud Greidanus was de jongens dubbelvier de enige andere ploeg die de finale haalde. Abe Wiersma, Amos Keijser, Jort van Gennep en Daan Klomp waren in de eindstrijd niet opgewassen tegen de ontketende Italianen (goud), Oekraïne (zilver), Roemenië (brons) en Hongarije (vierde). De overige Nederlandse ploegen bleven in een eerder stadium van het toernooi steken en hadden wisselend succes. De vrij onervaren lichte acht liet zich in de herkansing door Japan uit de finale houden, Marie-Anne Frenken kwam in het zwaarbezette lichte dames skiff-veld niet verder dan de C-finale. Dat was ook het eindstation voor skiffeur Lennart van Lierop, die als lichtgewicht geen antwoord had tegen het geweld van zijn grotere en zwaardere leeftijdsgenoten. Liselotte van der Togt won de B-finale op mooie wijze en liet zijn dat ze zich ondanks haar twee jaar roei-ervaring al prima kan meten met de subtop van de juniorenwereld.
“Ik denk dat we best tevreden kunnen zijn,” oordeelde juniorenbondscoach Diederik de Boorder na afloop. “Ik ben ontzettend blij met de prestatie van Liselotte, Lennart heeft het ook prima gedaan in een zwaar veld waarbij hij net de pech had in een verkeerde kwartfinale te zitten. En de jongens dubbelvier wordt vijfde in een veld met 33 inschrijvingen. Ik denk dat ze nog wel iets beter hadden kunnen varen. Het is jammer dat ze niet hun beste roeien hebben laten zien in de finale van gisteren.”
De Boorder is een realist. Hij maakt de zaken niet mooier dan ze zijn, en is zich er ook terdege van bewust dat hoewel de prestaties van de junioren naar behoren zijn, Nederland op kwantatief vlak wel wat roeiers en roeisters tekort komt. Jaloersmakend is dan ook het juniorenteam van Italië, dat de ene na de medaille binnensleepte. Goud voor de kleine maar explosieve tweelingzusjes Giorgia en Selena Lo Bue, goud voor de volwassen roeiende Italiaanse dubbelvier, gouden voor de jongenacht die uit volle borst het Italiaanse volkslied meeblèrden.
Van een mooie renditie van het Wilhelmus bleven Joris Pijs en Arnoud Greidanus helaas een paar hondersten van een seconde verwijderd. Volgende keer beter, zo leken de twee roeiers te willen zeggen, terwijl ze al schouderophalend vooruit keken op het vervolg van hun carrière. Eerst eens lekker vakantie vieren, en daarna? Roeien is fijn, zeker als het onbezorgd is. Van een einde van hun carrière wilden beide roeiers niks weten. En waarom zou je ook stoppen, als je over een luttele twee jaar wereldkampioen kunt worden in Amsterdam?



