Het komt allemaal goed ... toch?
Na twee dagen van het olympische roeitoernooi in Eton Dorney valt te zeggen dat de resultaten voor de Nederlandse equipe tegenvallen. Maar gek genoeg is de sfeer in het Nederlandse kamp nog opperbest te noemen. Ondanks het feit dat alleen de lichte vier-zonder en de mannen twee-zonder zich plaatsten voor de volgende ronde, heerst overal tevredenheid. Er is een rotsvast vertrouwen in een goede afloop, in de Nederlandse kwaliteit om te groeien in het toernooi, om te verrassen en uit het niets medailles te winnen. Het komt allemaal goed, zo lijken de roeiers en roeisters te willen zeggen. Toch?
Van de zeven boten die naar de Olympische Spelen zijn afgevaardigd kwamen er op de eerste dag drie in actie: de mannen acht, de mannen twee-zonder en de lichte vier. De twee laatstgenoemde ploegen hadden relatief eenvoudige kwalificatie-eisen en kwamen die redelijk goed door. De Holland Acht, die het spits mocht afbijten om 10:20 lokale tijd, moest in actie komen in een wedstrijd die van tevoren al gekscherend de ‘Heat des Doods’ was genoemd door de media vanwege de aanwezigheid van Groot-Brittannië, Canada, Duitsland en Nederland. Bondscoach Ralf Holtmeyer van de Deutschlandachter, de grote favorieten voor de titel, liet zich in een persconferentie kritisch uit over de loting. “De eerste grap is dat de finale van de mannen acht op woensdag is. De tweede grap is de plaatsing in deze wedstrijd,” bromde Holtmeyer.
Maar de Duitsers lieten zich niet uit het veld slaan. Met indrukwekkend machtsvertoon namen ze net als alle andere wedstrijden de afgelopen drie jaar afstand van de overige landen en keken niet meer om. Wereldrecordhouder Canada was geen schim van de ploeg die in Luzern een nieuwe toptijd op de klokken zetten. De Holland Acht probeerde aan te klampen en zag er op zich goed uit, maar de ploeg kwam simpelweg kwaliteit te kort. De Britten, hoezeer het thuispubliek ze ook aanmoedigde, konden ondanks een fikse eindsprint geen indruk maken op de regeren wereldkampioen. Die schakelde namelijk een tandje bij en won – met gemak.
“Het was een goede race,” vond Sjoerd Hamburger. “We zitten er heel dicht tegenaan. We werden zeker niet overklast.” Maar Hamburger beaamde tegelijkertijd ook dat zijn woorden al vaker gezegd zijn. Dat de afgelopen jaren meermaals is beweerd dat de vorm er bijna was. Bijna. Maar niet helemaal. Tijdens de Olympische Spelen is het aantal ‘volgende keren’ beperkt. Na 1 augustus is het gedaan met de pret en moet er vier jaar gewacht worden voor een volgende kans op olympisch roeigoud in de mannenacht.
Dat geldt ook voor de andere ploegen die vandaag over de baan gingen, de lichte vrouwen dubbeltwee en de vrouwenacht. Rianne Sigmond en Maaike Head kwamen er in hun zware heat niet aan te pas tegen Griekenland, Australië en Amerika. Acht seconden na de winnende Griekse dubbeltwee finishte het Nederlandse duo. “Het voelde eigenlijk wel goed,” reageerde Sigmond achteraf, terwijl ze het overduidelijk nog steeds niet echt kon bevatten dat ze net haar eerste wedstrijd had gevaren op de Olympische Spelen. “Maar onze coaches zijn van mening dat we nog beter kunnen – schijnbaar.”
Ook de Nederlandse vrouwenacht was niet uit het veld geslagen door het eigen optreden. De wedstrijd was eigenlijk wel goed verlopen, zo luidde de algemene opvatting. “Misschien dat er in de start nog wat te halen valt,” concludeerde Roline Repelaer van Driel, daaraan toevoegend dat er over de wedstrijd nog niet al te veel te zeggen was. “Vier jaar geleden ben ik alleen maar tweede geworden. In de heat, de herkansing en de finale. Op basis van de herkansing hadden we in de finale theoretisch gezien vierde moeten worden. Er is vanalles mogelijk.”
Zo vroeg in het toernooi is het moeilijk om te zeggen wat er gaat gebeuren. Maar het simpele feit wil dat olympisch kampioenen niet zomaar uit de lucht komen vallen. En de doelstelling van een flink aantal ploegen – waaronder de beide achten – ligt toch echt op goud. Als dat niet lukt, dan maar ‘een medaille’? Wordt de doelstelling van de gouden medaille nu al – bewust of onbewust – afgezwakt? En wat te denken van de uitspraak van technisch directeur René Mijnders, die voorafgaand aan de Spelen meerdere malen heeft aangegeven dat hij pas tevreden zou zijn met drie medailles?
Waar de Nederlandse ploegen nog niet bepaald konden overtuigen, deden anderen dat wel. De onbetwiste helden van de laatste twee dagen zijn de Nieuw-Zeelandse roeiers Hamish Bond en Eric Murray, die hun favorietenrol in de twee-zonder nog maar eens onderstreepten door een nieuw wereldrecord te roeien. De oude toptijd van Matthew Pinsent en James Cracknell, tien jaar gelden op de klokken gezet tijdens het WK in Sevilla, werd met maar liefst zes seconden verbeterd. De meeste zware dubbeltweetjes kwamen in ongeveer zes minuten en elf seconden over de streep. De Nieuw-Zeelanders deden er in hun twee-zonder 6:08,50 over.
Hoewel Bond en Murray tot een uitzonderlijke categorie behoren in hun bootklasse, onderstrepen ze wel wat voor snelheid, doorzettingsvermogen en kracht er nodig is. Nederland hobbelt nog altijd achter de zaken aan, lijkt te geïntimideerd door het olympische circus. De ommekeer komt misschien – zoals dat vrijwel altijd het geval is. Maar wat als die wonderbaarlijke wederopstanding een keer niet gebeurt? En wat als die keer niet Rio 2016 maar Londen 2012 is? Dan staan we straks voor het eerst sinds 1984 met lege handen. Gelukkig komt alles goed… toch?











