Wo sind die Holländer?
Het is nog tot zondag wachten voor degelijke revanche. Op de eerste wedstrijd dag van de wereldbekerwedstrijden in München kon de Nederlandse equipe namelijk niet echt overtuigen. Temidden van de Duitse worsten en het Beierse bier bleven de Nederlanders met gemengde gevoelens achter na de voorwedstrijden. Er was wat voorzichtig succes in de vorm van Arnoud Greidanus en Joris Pijs, die hun voorwedstrijd met veel gemak wonnen, maar ook een teleurstellend optreden van de vrouwenacht. Al met al wisselende prestaties dus: soms waren de Nederlanders zichtbaar, soms juist anoniem. Gezichtsbepalend was men niet.
Maar het roeien in München heeft ook wat geks. Een wedstrijd aan de vooravond van de Olympische Spelen waar sommige ploegen wél en andere ploegen vooral niet willen pieken. Een flink deel van de internationale topploegen laat de wedstrijd zelfs in zijn geheel links liggen. Amerika is nergens te bekennen, de top drie van de mannen skiff laat het in zuid-Duitsland eveneens afweten en ook Canada ontbreekt grotendeels. De enige uitzondering op die laatste regel is de Canadese damesacht, die wel naar München is gekomen om te onderstrepen dat zij en niemand de grootste bedreiger zijn van de Amerikaanse wereldkampioenen.
In de exhibition race slaagden de Canadese vrouwen al met vlag en wimpel in die opzet. Zonder echt aan te dringen werden de andere vijf landen op afstand gezet, en doordat de ploeg in de laatste 250 meter geen echte versnelling meer plaatste schoven Australië, Groot-Brittannië en met name Roemenië nog dichterbij. En Nederland, vraagt u? Het vlaggenschip van het Nederlandse vrouwenroeien, voor het eerst in het buitenland opererend in hun oranje schuitje, oogde stroef. Nienke Kingma, de roeister van Nereus die langdurig geblesseerd was en voor het eerst weer mee kon roeien, had ongetwijfeld op een succesvollere herintrede gehoopt.
Na afloop van de wedstrijd sjokten de Nederlandse vrouwen met hangende pootjes over het botenterrein. Een magere glimlach was het enige dat ze echt kwijt wilden. “Nou, vandaag was ’m nog niet helemaal”, concludeerde slagvrouwe Annemiek de Haan droogjes op haar Twitter-account. “Morgen even bijschaven en alles op scherp zetten voor zondag.” Dat is inderdaad wel de opdracht. Het zou wat karig zijn als de dames de wereldbeker voor de vrouwenachten zouden winnen zonder op de laatste wedstrijd op het podium te staan. Het is de acht van Susannah Chayes er alles aan gelegen om zondag een medaille te winnen. Niet alleen omdat de ploeg dat aan haar stand verplicht is, maar ook omdat de roeisters wel een lekkere opsteker kunnen gebruiken. Een bevestiging van de vorm waar ze op de Holland Beker een glimp van lieten zien. Anders ga je toch met een wrange smaak in je mond richting Londen.
Net als de vrouwenacht beleefde ook de vrouwen dubbeltwee niet de beste opening van het toernooi. Ellen Hogerwerf en Inge Janssen zijn naar München gekomen om nog een keer op niveau te racen, nog één keer ervaring op te doen, maar het duo oogde wat onwennig. Al in de eerste duizend meter liep de verrassing van het OKT in Luzern tien seconden achterstand op ten opzichte van de Australische roeisters Kim Crowe en Brooke Pratley. De derde plek achter het ietwat getergde Australië en de solide Polen was bovendien vertekenend. De Duitsers, die in de dubbeltwee hun prioriteitsboot zien bij de vrouwen, lieten het de gehele race wat lopen. Willen Janssen en Hogerwerf de finale halen, dan moet het morgen beter: de eerste Nieuw-Zeelandse boot (regerend brons) en de talentvolle Duitse meisjes zijn niet voor de poes. Als het jonge duo morgen niet waagt, dan winnen ze ook niet.
De enige van de drie olympische Nederlandse boten in München die tot een redelijk goede prestatie kwam was de lichte dames dubbeltwee. Ook zij moeten naar de herkansing, maar de tweede plek achter de ontketende Duitsers, en vóór de Nieuw-Zeelanders was een prima resultaat. “We hadden gedacht dat Ayling en Edward gezien hun zilveren medaille in Luzern sneller uit de blokken zouden schieten, maar we lagen de hele wedstrijd op ze voor,” vertelde Rianne Sigmond na de wedstrijd. “We gingen heel onbevangen de wedstrijd in. Of er een last van onze schouders is gevallen na het OKT? Je gaat in ieder geval wel anders het toernooi in.”
Naast de lichte twee-zonder en de genoemde olympische ploegen deden in München ook drie SB-ploegen mee. Frans Goutier (LM1x) en Allard van den Hoven, Tim Weerkamp, Bart Lukkes en Conno Kuyt (LM4x) keken hun ogen uit in München en kwamen nog niet direct tot hun beste roeien. Goutier werd in de kwartfinale uitgeschakeld, en de dubbelvier liet zich in de tweede kilometer van de exhibition race iets te veel kennen. Nicole Beukers, die een jaar geleden al een keer in de skiff mocht varen in München, was wat meer aan het roeifeest gewend, maar oogde wat vermoeid.
Voor de Leidse roeister is de wereldbekerwedstrijd misschien iets te veel van het goede. Na de ARB en de veeleisende maar succesvolle Holland Beker is dit de derde ‘grote’ wedstrijd in evenveel weken tijd. Na de magere voorwedstrijd, waar ze werd afgetroefd door leeftijdsgenoten Tale Gjørtz (Noorwegen), was Beukers een tijd lang chagrijnig. De skiffeuze van Njord wilde maar met moeite accepteren dat het niet heel makkelijk is om drie weekenden achter hard te roeien. En het koste nog meer overredingskracht van coach Nienke van Zijp om haar uit te leggen dat Gjørtz al een aantal jaar meevaart op dit soort wedstrijden en het internationale skifftrucje wel weet toe te passen.
Gelukkig herpakte Beukers zich met verve. Sterker nog: ze liet nadrukkelijk zien te hebben geleerd van de fout die ze in de voorwedstrijd maakte. In de eerste kilometer bleef de regerend Nederlands kampioene nog een beetje plakken bij de rest, maar in de laatste vijfhonderd meter nam ze op volwassen wijze afstand van de andere roeisters. Juist dát is wat Beukers tijdens het WK onder 23 in Trakai, Litouwen verder gaat helpen. Volwassen racen, verstandig zijn, je niet gek laten draaien door indrukwekkende namen naast je. In ieder geval was Beukers niet bang om risico’s te nemen. Hiermee gaf ze het goede voorbeeld voor de rest van de equipe. Want morgen kunnen er met iets meer pit en een gedurfde strategie nog mooie dingen gebeuren.











