NLroei

  • Roeien
    • Artikelen
      • Artikelen
      • Kort nieuws
    • Evenementen
    • Verenigingen
    • Roeibanen
    • Links
    • NL records

    • Blikkenlijst
    • Trainingslog
  • Mijn roeien
    • Account
    • Mijn blikkenlijst
    • Mijn trainingslog
    • Favoriete foto's
  • Media
    • Foto's
      • Foto's
      • Babes
      • Hunks
  • Interactie
    • Forums
      • Coaching
      • Materiaal
      • Ervaring met ....
      • Verloren, Gevonden of Gestolen
      • Vraag en Aanbod
      • Overig
  • Webwinkel
    • Producten
    • Foto's
    • Winkelwagentje
  • Info
    • Over NLroei...
    • Contactgegevens
    • Fotogebruik
  • Zoeken
Icon_users aanmelden     En-4a4b28426f2f7e950fffd13db16e238c Nl-6579b222ec243fad0bd9ed0e191ef79e
 

Olympische Special V – Het roeitoernooi met de onmogelijke medaille

dinsdag 19 juni 2012 23:18 geplaatst door michiel

Roeien is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, niet alleen maar glijden over spiegelglad water en genieten van elke afzonderlijke haal. Als je wilt winnen, dan moet je lijden. Diep gaan. Investeren. Jezelf keer op keer willen overtreffen. Roeien doet pijn. De beste van de wereld worden op een sportevenement dat maar eens in de vier jaar wordt georganiseerd is niet eenvoudig. Silken Laumann weet dat. Ze is een bikkelharde tante uit Canada. Maar zelfs als je weet wat afzien is, weet hoe hard je moet trainen, dan nog kan je jezelf niet wapenen tegen het noodlot. Dat komt soms ongenadig hard op je af.

Silken Laumann, kind van Duitse ouders, is zeventien jaar oud als ze voor het eerst in een boot stapt. Haar lichaam, dat de jaren ervoor nog zo goed geschikt leek te zijn voor atletiek, was gegroeid. Veranderd. Ze was een lange, sprieterige vrouw geworden. Te lang om nog hard te kunnen rennen. “Ik vond het roeien niet,” zou Laumann later zeggen, “roeien vond mij.” Via haar zus Daniele, die al enige tijd competitief roeide, komt ze in aanraking met een sport die haar wel bleek te liggen.

Zoals zovele broers en zussen voor en na hen voelen de zusjes Laumann elkaar goed aan en gaat het in de boot hard. Maar ze vechten zo mogelijk nog harder met elkaar. Vader Laumann noemt ze meermaals ‘kat en hond’. Geschreeuw en gekrijs, een fikse stomp op een schouder als de training niet naar wens is gelopen. Silken is extreem competitief ingesteld, Daniele juist wat rustiger. Maar die combinatie is explosief. Dat heeft, als gezegd, ook zijn voordelen. Ze roeien zichzelf in luttele tijd naar de top van het Canadese roeien. Ze mogen in 1983 al meedoen aan het WK in de gestuurde (!) dubbelvier, waarin ze zevende overall worden. In 1984, wanneer Silken nog geen twintig jaar oud is en haar zus net 23 is geworden, worden de zusjes Laumann uitverkozen om deel te nemen aan de Olympische Spelen. Op Lake Casitas, onder de smog van Los Angeles, wint het duo brons. Een resultaat dat naar meer smaakt.

Daniele besluit echter na de Spelen de riemen aan de wilgen te hangen. De oudste zus Laumann verkiest haar maatschappelijke carrière boven sportieve glorie. Ze gaat rechten studeren, wordt advocaat, en kijkt geen moment meer om naar de roeiboot. Silken blijft alleen achter. Ze staat nog maar aan het begin van haar roeicarrière. Noodgedwongen stapt de jonge Canadese in de skiff. Twintig jaar is ze nog maar. Een leeftijd waarop roeiers normaal nog rijpen in een ploeg, het kunstje afkijken van meer ervaren ploeggenoten. Maar Laumann is een talent. Eigenzinnig bovendien. Ondanks haar gebrek aan ervaring wordt ze vierde op het WK, achter gelouterde roeisters als de West-Duitse Cornelia Linse en regerend olympisch kampioene Valeria Raçila uit Roemenië.

Toch lukt het in de jaren daarna niet. Het voorzichtige succes van Hazewinkel 1985 krijgt geen vervolg. Laumann stelt teleur in de skiff, keert weer terug naar de dubbeltwee, maar met Kay Worthington eindigt ze roemloos op de zevende plek tijdens de Olympische Spelen van Seoul. Het einde van een ooit zo beloftevol ogende roeicarrière dreigt. Maar Silken Laumann is niet iemand die opgeeft. Ze is een Canadese pitbull: zodra ze zich ergens in vastbijt laat ze niet meer los. Tegenslag is een nieuwe uitdaging. En als je niet op anderen kunt bouwen, dan moet het maar alleen.

De skiff is daarom het wapen van keuze, en in Barcelona moet het gaan gebeuren. Maar wie moet Silken gaan helpen? Volgens de Canadese is er maar één iemand goed genoeg: Mike Spracklen. Dat hij de coach is van de Canadese mannengroep is slechts een klein detail. De geboren Brit ziet het in eerste niet zo zitten om ook een vrouw te begeleiden. Maar als hij haar doorzettingsvermogen leert kennen stemt hij in. Het is het begin van een lange en vooral bikkelharde tijd. Spracklen is nietsontziend. Ook nu nog, in 2012. Roeiers van de Canadese mannenacht, zijn huidige project, zullen dat beamen.

De trainingen onder Sprachlen werpen hun vruchten af. Soms is Laumann na een sessie met haar nieuwe coach zo moe dat ze onder en boven nauwelijks van elkaar kan onderscheiden. Zo diep moet ze gaan om Spracklen tevreden te stellen. Die weet diep van binnen al dat zijn pupil een fantastisch talent heeft. “Ze gaat medailles winnen,” zegt hij al na de eerste training samen. En hij heeft gelijk. In 1990 eindigt Laumann als tweede op het WK in Tasmanië, een bootlengte achter de gelouterde Oost-Duitse roeisters Birgit Peter. In 1991 bevestigt Laumann haar status als topskiffeuze. Ze doet aan vijf van de zes wereldbekerwedstrijden mee, wint er twee en eindigt op de overige drie als nummer twee. De Roemeense Elisabeta Lipa is de enige roeister die Laumann enigszins partij kan bieden. Iedereen anders moet vrij machteloos toekijken hoe de twee giganten het met elkaar uitvechten op de internationale wateren.

Ook in 1991, in Wenen. Laumann en Lipa gaan er al vanaf de eerste vijfhonderd meter vandoor en knokken twee kilometer lang voor de zege. Maar Laumann blijkt de sterkere van de twee. Wereldkampioen. Door de winst in het pre-olympische jaar is de inmiddels 27-jarige Canadese favoriet voor de olympische titel in Barcelona. Het doel dat ze na 1988 had gesteld is heel dichtbij. Bijna tastbaar. Het enige dat ze moet doen is goed blijven trainen en fit blijven.

Op 16 mei 1992 slaat het noodlot echter toe. Laumann, aan het trainen in Essen voor de internationale wedstrijden in die Duitse stad, komt in haar skiff in aanvaring met een Duitse twee-zonder. Een deel van de boordrand breekt in de botsing af en boort zich in haar been. Het gevolg is gruwelijk: Laumann heeft een open botbreuk in haar onderbeen, de spieren daaromheen hangen als een bananenschil bij haar enkel. Een verschrikkelijk ongeluk. Het enige voordeel? De Canadese voelde er nauwelijks wat van, zo snel was het gebeurd. Maar de gevolgen blijven ernstig. Geen van de behandelend artsen denkt dat Laumann ooit nog zal kunnen roeien. Tientallen operaties zullen nodig zijn om het been überhaupt weer een klein beetje op te lappen. En de Olympische Spelen? Die kan ze uit haar hoofd zetten. Binnen tien weken weer helemaal fit zijn is onmogelijk.

Of toch? Laumann is een taaie. Tegenslag is een uitdaging. Een probleem vraagt om een oplossing. In vier weken tijd wordt ze vijf keer geopereerd, moet ze uren revalideren, maar 27 dagen na het ongeluk zit ze weer in de boot. Met tranen in haar ogen van geluk: ze kan weer roeien. Haar onderbeen hangt met schroeven aan elkaar. De hechtingen houden het maar met moeite. Maar Silken roeit. Spracklen is echter hard. Wat ze nu op het water legt is verre van goed genoeg voor succes op de Spelen. Ze is dertig seconden langzamer dan voor het ongeluk. Bovendien vindt hij het maar niks dat ze zo snel weer in de boot is gestapt.

Maar Silken geeft niet op. Ze wil winnen. Wil in Barcelona aan de start liggen. Koste wat kost. En dus lukt het haar ook. Met een verband om haar been roeit ze haar wedstrijden op Lago Banyoles. “Het voelde prima, ik had er geen last van,” zei ze er zelf over. “De eerste duizend meter in de finale voelden als elke andere wedstrijd die ik had gevaren.” Maar die tweede duizend meter merkt ze dat haar conditie minder goed is dan de anderen. Ze verliest terrein op Lipa, op de Belgische Annelies Bredaal en op de Amerikaanse Anne Marden. De oneervolle vierde plaats lijkt haar deel te worden.

“De laatste twintig, dertig halen heb ik mijn longen uit mijn lijf geroeid. Ik ben als een gek gaan roeien. Ik zette mijn riemen in het water en legde alles in die laatste halen dat ik had.” De eindsprint van Laumann blijkt genoeg voor een medaille. Het wordt evenwel geen sprookje. Lipa wint het goud, Bredaal pakt het zilver en Laumann moet genoegen nemen met brons. De derde plek voelt echter als een overwinning, en in Canada wordt ze dankzij haar bijzondere verhaal een legende. Tien weken voor de Spelen was gewoon kunnen lopen al een brug te ver, maar op die bewuste dag in Banyoles liet ze zien over bijzonder veel karakter te beschikken.

Vandaag de dag is Silken Laumann motivational speaker. Ze vertelt over dat gruwelijke ongeluk, over doorzettingsvermogen, over het verdragen van pijn. Ze draagt nog steeds de littekens van dat gruwelijke ongeluk. Maar ze draagt ook die onwaarschijnlijke medaille die daarop volgde.





Deel dit op:



login om reacties te lezen en een reactie te plaatsen

terug

Roeien

Artikelen
Kort nieuws
Evenementen
Verenigingen
Roeibanen
Links
Blikkenlijst
Trainingslog

Mijn roeien

Account
Favoriete foto's
Mijn blikkenlijst
Mijn trainingslog

Media

Foto's
Babes
Hunks
Roei.tv

Interactie

Coaching
Materiaal
Ervaring met ....
Verloren, Gevonden of Gestolen
Vraag en Aanbod
Overig

Webwinkel

Producten
Foto's
Winkelwagentje


Over NLroei...

Contactgegevens

Fotogebruik

Zoeken

Twitter  Facebook  RSS  iCal subscribe

© 2013 Stichting NLroei