London Calling | Van A naar B
Nog een vijftal weken en de Olympische Spelen staan voor de deur. Vijf weken waarin de atleten de laatste puntjes op de ‘i’ kunnen zetten. Vijf weken om een grandioos plan te bedenken om die gouden medaille in de wacht te slepen. Maar ook vijf weken voordat de hekken opengaan en Londen zich als gastheer moet tonen. De afgelopen zeven jaar is naar dit moment toegeleefd. Vanaf het moment dat op 6 juli 2005 het hoge woord er uit was is de stad langzaam maar zeker geëvolueerd van metropool tot olympische hoofdstad. Reden genoeg voor NLroei om vanuit de Engelse hoofdstad in een serie columns verslag te doen van de laatste fase van de voorbereiding.
Het is vrijdagmiddag, een uurtje of vier. Londen is druk op dit moment. De spits begint zo vlak voor het weekend al vroeg. Iedereen wil naar huis. De City, het financiële hart van Londen, stroomt leeg. Alle quasi-brave huisvaders en gelikte twintigers die overdag hun centen verdienen met het handelen in aandelen, opties en andere schimmige transacties spoeden zich in hun dure auto’s over de Londense ring naar de randen van de stad. Taxichauffeurs rijden af en aan. Brommers manoeuvreren door de automassa. Een enkele dappere fietser probeert het voorbeeld van de brommers te volgen, maar eigenlijk is het gekkenwerk om hier in te halen.
Het enige wat mist aan dit kenmerkende, Londense straatbeeld zijn de rode bussen. De bekende dubbeldekkers staan stil omdat de buschauffeurs staken. Ze willen een bonus – vijfhonderd pond om precies te zijn – tijdens de Olympische Spelen. Boris Johnson, de enigmatieke burgemeester van Londen die met zijn warrige haardos meer lijkt op de eeuwige student dan op de eerste burger van een wereldstad, heeft echter voet bij stuk gehouden. Er komt geen extra geld voor de buschauffeurs. Zij moeten, net als zovelen anderen, gewoon hun werk doen. Laten zien dat Londen één grote familie is, een bloeiende, pulserende stad waar het prettig toeven. Waar iedereen eenvoudig van de ene kant naar de andere kant van de stad kan komen. Zonder zeurende buschauffeurs.
De realiteit is echter anders. De Londenaren houden hun hart vast voor dat wat komen gaat. De normaal toch al zo drukke ‘tube’ krijgt over een maand honderdduizenden sportfanaten te verduren. De metro’s, die nu al vaak voorbij komen razen, zullen straks in nog hogere frequentie tussen de stations heen en weer flitsen. En de file, die Londen vrijwel dagelijks teistert? Die wordt alleen maar erger. Na de invoer van de busbanen komen er tijdens de Olympische Spelen ook op veen plaatsen speciale ‘games lanes’. Speciaal voor sporters, officials en andere mensen die zich snel van A naar B moeten verplaatsen. Wat vroeger nog driebaansweg was, wordt tijdens de Spelen een eenbaansweg. Chaos gegarandeerd, verzucht de Londense bevolking.
Ook het grootste vliegveld van de stad kraakt en steunt nu al onder de reizigersdruk. Heathrow, een moloch waar vertraging eerder regel dan uitzondering is, spuwt straks horden met toeristen uit die een glimp willen opvangen van Usain Bolt, LeBron James of Taeke Taekema. En hoewel roeibasis Eton Dorney ver buiten de Londense drukte ligt, zal het ook daar niet anders zijn. Mensen uit de regio vragen zich af hoe roeifans in hemelsnaam in dat afgelegen gebied gaan komen, met die anderhalve toegangsweg die er is. Hoe de duizenden enthousiastelingen allemaal zonder horten en stoten hun weg naar de tribunes kunnen vinden.
Transport. Het is hét grote struikelblok voor de Olympische Spelen straks. Al het andere lijkt op en top geregeld. Maar die vermaledijde bussen, treinen, metro’s en vliegtuigen. Dat is en blijft een heikel punt. Laten we hopen dat het Londense pessimisme nu niet gelijk krijgt. Dat alles toch op zijn pootjes terecht komt – de Engelse kranten hadden het ook al mis toen voorspeld werd dat Engeland roemloos ten onder zou gaan op het EK voetbal. Als de Olympische Spelen straks beginnen misschien valt het misschien ook wel mee. Hopelijk. En mocht het toch niet lukken? Dan is er altijd nog die Britse beleefdheid. Our sincerest apologies, ladies and gentlemen. We do hope you understand.












