Helemaal niks te verliezen
Dat Ellen Hogerwerf en Inge Janssen over een kleine maand actief zullen zijn tijdens de Olympische Spelen is een bijzonder sprookje. Een jaar geleden won het duo nog brons in de twee-zonder tijdens het WK onder 23 in Amsterdam, en nu maakt het tweetal zich in de dubbeltwee op voor het grootste sporttoernooi ter wereld. Het kan raar lopen. “We zijn natuurlijk nog jong, we roeien niet zo mooi, maar we hebben, net als tijdens het OKT, helemaal niks te verliezen in Londen,” zegt Janssen stellig.
Als er één woord is dat de twee 23-jarige roeisters het beste omschrijft is het wel nuchterheid. Nou ja, nuchterheid plus een schaterlach. Janssen (Orca) en Hogerwerf (Proteus-Eretes) zijn namelijk de vrolijkheid zelve. “Toen we voor het eerst naast Katherine Grainger [de slagvrouwe van de Britse vrouwen dubbeltwee, regerend wereldkampioen, red.] lagen waren we wel onder de indruk,” vertelt Hogerwerf. “Die is echt enorm gespierd! Maar goed: over vier jaar heb ik vast ook zulke brede schouders.”
Janssen en Hogerwerf schieten wederom in de lach. En waarom ook niet? Het jaar 2012 is voor het gelegenheidsduo een achtbaan die langzaam maar zeker op gang gekomen is. Te min bevonden voor de vrouwenacht, bij wijze van probeersel in de dubbeltwee gestapt, en nu staan ze aan de vooravond van het grote olympische avontuur. “Aan het begin van het jaar leken de Spelen zo ver weg,” geeft Janssen aan. “Londen was ook nooit ons hoofddoel. Onze blik was voornamelijk gericht op Rio de Janeiro in 2016. We wilden stapje voor stapje beter leren scullen. Het olympisch kwalificatietoernooi zat weggestopt in ons achterhoofd. We waren daar niet mee bezig want er was slechts een kleine kans dat we daar heen zouden gaan.”
Maar door de finaleplaats tijdens de wereldbekerwedstrijd in Belgrado mocht het duo opeens toch naar Luzern om voor de laatste twee tickets in de vrouwen dubbeltwee te strijden. En wonder boven wonder lukte dat. Het enige nadeel? Met de kwalificatie kwam ook wat meer druk. “Ik keek echt op tegen de Holland Beker,” biecht Janssen op. “We moesten op dat moment natuurlijk niet afgaan. En ook in München wilde ik goed voor de dag komen.” Je hebt, met andere woorden, opeens een label op je voorhoofd zitten. ‘Olympisch atleet’, staat er. En dan verwacht iedereen wel wat van je.
Toch vindt het tweetal dat er sinds het olympisch kwalificatietoernooi niet zo veel is veranderd. Er was opeens veel media-aandacht, vrienden en familie overspoelden hen met felicitaties, maar daarna was het gewoon over tot de orde van de dag. En dat is trainen, niet dat grote sporttoernooi. De Spelen zijn nog een maand weg, het is allemaal nog niet tastbaar genoeg om in extase te zijn.
Het eerste half jaar zijn er telkens kleine stapjes gezet. Eerst samen goed roeien in Nederland, daarna een keer starten tijdens een wereldbekerwedstrijd, en als laatste dat OKT. Alles ging geleidelijk en van een schokeffect is bij Janssen en Hogerwerf nauwelijks sprake. De Olympische Spelen? Ze staan er nuchter tegenover. Wie weet dat het gevoel in Londen komt. Er is, als gezegd, weinig veranderd. Op één klein ding na dan: voor hun coach Floor Harms is er geen ruimte tijdens de Spelen. De KNRB heeft maar een beperkt aantal accreditaties en sinds München worden Hogerwerf en Janssen daarom begeleid door Jan Klerks.
“Het is op z’n zachtst gezegd jammer dat Floor niet met ons mee kan,” zegt Janssen. “Voor haar zelf eigenlijk nog het meest. Zij is heel belangrijk geweest in onze ontwikkeling en voor ons succes. Dat ze ons alleen maar bij de poort mag afzetten is natuurlijk sneu. Maar tegelijkertijd kennen we Jan natuurlijk ook al een tijd. Hij is gewoon verder gegaan op de weg die Floor al was ingeslagen en dat gaat gewoon goed. Bovendien begeleid hij de lichte dubbeltwee ook, dus we gaan de komende tijd ook vaker met elkaar trainen.”
Maar veel komende tijd rest er niet meer. Vanaf zaterdag gaat het merendeel van de equipe naar het Franse Mulhouse voor het eerste trainingskamp voorafgaand aan de Olympische Spelen. Bij terugkomst op 11 juli is iedereen nog maar twee dagen thuis voordat het feest op 14 juli écht begint. Met olympisch kledingpakket vertrekt iedereen richting Hazewinkel. Daar, in België, treffen de zeven Nederlandse boten hun laatste voorbereidingen op Londen. Daar kunnen Janssen en Hogerwerf voor de laatste keer schaven aan techniek, samenspel en mentale veerkracht. Want de finale, zo weten ze, komt niet zomaar. “We moeten nog een grote stap maken, maar als we dat doen dan kan het gewoon.”



