Auf Wiedersehen, München
Acht kanonschoten daverden over de roeibaan bij Oberschleißheim. Een saluut, aan een locatie waar de afgelopen jaren vele wereldbekerwedstrijden zijn verroeid. Maar 2012 was voorlopig de laatste editie van het Beierse roeifeest. Volgend jaar duikt het wereldbekercircuit het zuidelijk halfrond in, en het duurt naar alle waarschijnlijkheid nog tot 2016 voordat München weer eens op de kalender komt te staan – als dat ooit gebeurt. Dag Duitse worsten, dag dunkles weißbier, dag helder, groenblauw water. Misschien tot ooit.
De Nederlandse ploegen speelden in zuid-Duitsland een bijrol. Slechts twee olympische boten haalden de A-finales van zondag, en de lichte vrouwen dubbeltwee en de vrouwenacht kwamen in de strijd om de medailles niet voor. De lichte dubbeltwee voerde een achterhoedegevecht met de tweede Britse ploeg en kwam uiteindelijk op een vijfde plek binnen, op respectabele afstand van de winnaressen uit Nieuw-Zeeland die Maaike Head en Rianne Sigmond eerder in het toernooi nog wel wisten te verslaan. Er rekening mee houdend dat een aantal sterke landen in München ontbrak – Griekenland, China, Amerika, Canada – kunnen de lichte Nederlandse roeisters nog wel wat snelheid gebruiken.
De vrouwenacht voer een stuk betere race dan tijdens de zogenaamde race for lanes, maar kon ondanks dat niet voorkomen dat de zondag zonder medailles eindigde. Roeiend in de nieuwe oranje acht kwam Nederland goed uit de start, maar nog voor de vijfhonderd meter had Canada de leiding alweer overgenomen. In de tweede kilometer kwamen ook Roemenië en Groot-Brittannië voorbij gestoomd. Het verschil met het goud was uiteindelijk 3.37 seconden, nauwelijks minder dan de achterstand die de Nederlandse vrouwen opliepen in Luzern.
Interessanter waren de andere wedstrijden. München is, als eerder aangehaald, een vreemd toernooi. Wel of niet pieken, wel of niet aanwezig zijn. De resultaten weerspiegelden dat bijzondere karakter ook. Zo bleek de Poolse mannenacht in de afsluitende wedstrijd van de dag de beste – van de rest. Zonder wereldkampioen en favoriet voor het olympisch goud Duitsland, zonder de Nederlandse ploeg die zijn wonden aan het likken is, zonder de Canadese wereldrecordhouders en de grote onbekende Amerika bleef Polen als sterkste overeind. Groot-Brittannië, de nummer twee van de afgelopen twee wereldbekerwedstrijden, zakte door het ijs en kwam slechts binnen op plek drie. Australië pakte het zilver.
De Britten scoorden sowieso wisselvallig in München. David Tanner, de technisch directeur van de Britse roeibond, mocht aan het einde van de zondag weliswaar de prijs voor het sterkste roeiland in de wereldbekercyclus ophalen, maar tevreden zal hij niet zijn geweest. De prioriteitsboot pür sang, de zware vier-zonder, werd tot twee keer toe verslagen door Australië. De lichte dubbeltwee, regerend wereldkampioen, kwam er net als in Luzern niet aan te pas in de finale. En die mannenacht, tja. Iets met bezwijken onder de druk wellicht.
Aan de andere kant wonnen de dames twee-zonder, de dames dubbeltwee en de lichte vier-zonder van Groot-Brittannië met imponerend roeien hun races wél. Een tweeledig gevoel dus in het Britse kamp. Maar met de Spelen voor de deur – en een verwachting in eigen land waar je u tegen zegt – is het geen fijne constatering dat je in een aantal olympische bootklassen nog veel werk te doen hebt.
Zonder twijfel het meest interessante resultaat was de winst van de Noren Kjetil Borch en Nils-Jakob Hoff in de mannen dubbeltwee. De laatste keer dat een Noorse ploeg in dat nummer zegevierde was in 2000. Twaalf jaar geleden won regerend olympisch skiffkampioen Olaf Tufte met zijn landgenoot Fredrik Bekken het goud. Nu zijn Borch en Hoff de nieuwe Noorse sterren aan het firmament. Tufte kwam in een sterk uitgedund skiffveld namelijk weliswaar in de finale, maar kon daarin op geen enkel moment overtuigen. Zijn concurrent Drysdale, die door een fietsongeluk de World Cup in München moest laten schieten, constateerde vanaf de kant dat het nog niet veel soeps was bij Tufte. Maar toch wilde de Nieuw-Zeelander geen definitieve conclusies trekken. “Het is nog steeds te vroeg om hem af te schrijven.”
Daarmee spreekt de Nieuw-Zeelander ware woorden. Op de Olympische Spelen kunnen gekke dingen gebeuren. München stond al bol van de opmerkelijke resultaten, maar in Londen ligt de hele boel weer overhoop. Drysdale zou de laatste zijn om dat te ontkennen. In 2008 was zijn gouden medaille een ‘zekerheidje’, totdat hij opeens ziek werd en genoegen moest nemen met brons. Over vijf weken zal het niet anders zijn. Sommige topploegen ontstijgen hun normale niveau, anderen worstelen juist met zichzelf. Aan die gedachte klampen de Nederlanders zich ook vast. Vanaf eind juli moet het in Londen gaan gebeuren. En wie weet kan de olympische roei-equipe daar overtuigen – meer dan tot nog toe gebeurd is.












