Ondanks studiedruk zijn studentenroeiverenigingen in trek
Van de twintig verenigingen konden er vijftien direct met gegevens over de brug komen. Boreas, Euros, Pelargos en Saurus waren niet direct bereikbaar voor een reactie en Thêta kon in eerste instantie geen cijfers aanleveren. Amphitrite is in het onderzoek helaas niet meegenomen. Na het publiceren van dit artikel kwamen Euros en Thêta ook met aanmeldingscijfers, die zijn toegevoegd aan de al bestaande tabel. Uiteindelijk leidden alle getallen tot het volgende overzicht, waarbij dient te worden opgemerkt dat sommige ronde getallen voortkomen uit een gerichte schatting.
| Vereniging | Aanmeldingen 2011 | Aanmeldingen 2010 | Ledenstop? |
|---|---|---|---|
| Aegir | 241 | 280 | nee |
| Argo | 224 | 150 | nee |
| Asopos de Vliet | 120 | 100 | nee |
| Euros | 180 | 80 | nee |
| Gyas | 330 | 280 | ja |
| Laga | 250 | 260 | ja |
| Nereus | 350 | 350 | ja |
| Njord | 240 | 130 | ja |
| Okeanos | 100 | 100 | nee |
| Orca | 279 | 250 | ja |
| Phocas | 209 | 160 | nee |
| Proteus-Eretes | 150 | 130 | nee |
| Skadi | 140 | 130 | nee |
| Skøll | 250 | 233 | ja |
| Thêta | 140 | 70 | ja |
| Triton | 265 | 265 | ja |
| Vidar | 150 | 116 | nee |
| Totaal | 3.617 | 3.084 |
Uit de getallen valt op te maken dat het overgrote deel van de studentenroeiverenigingen (ruim 70 %) ten opzichte van vorig jaar een groei heeft doorgemaakt. Drie verenigingen, Okeanos, Triton en Nereus, hebben dezelfde ledenaantallen gescoord als in 2010. Daarbij dient te worden opgemerkt dat Triton maximaal 265 leden toelaat, en dat de vereniging dit jaar ruim 400 aanmeldingen had - meer dan een aantal gezelligheidsverenigingen in de Domstad. Ook Nereus heeft een ledenstop, en kent veel meer voorinschrijvingen dan de 350 toelatingen. Vorig jaar meldden 554 Amsterdamse studenten zich aan, dit jaar een duizelingwekkend aantal van 708. Van de twee verenigingen die er op achteruit zijn gegaan volgens de getallen (Laga en Aegir) heeft alleen Aegir echt minder gescoord. Bij Laga was er sprake van een ledenstop die iets lager was gesteld dan vorig jaar, en ook de Delftse corporale vereniging had net als Triton te maken met een grote belangstelling: liefst 339 studenten vulden daar een lidmaatschapsformuliertje in, maar mochten dus niet allemaal blijven.
Het is opvallend dat de studentenroeiverenigingen zo goed scoren ondanks het feit dat het studieklimaat daartoe geen directe aanleiding geeft. De vraag rijst daarom wat de verenigingen zo populair maakt. De kans is namelijk klein dat alle succesvolle roeiverenigingen opeens een bijzonder goed werkende reclamecampagne hebben opgezet tijdens hun respectievelijke introductieweken. Er zijn, zo lijkt, twee mogelijke verklaringen die elkaar niet uitsluiten en waarschijnlijk zelfs aanvullen. De eerste verklaring is dat er een groot aantal ouderejaars studenten besluit te gaan roeien. Studenten die zich eerst een jaar hebben gericht op hun studie, om zo te voldoen aan de strenge eisen van het bindend studieadvies. Met de propedeuse in de zak is er wellicht meer ruimte en tijd om de studententijd op andere vlakken in te richten: een roeivereniging, bijvoorbeeld.
De andere verklaring zou kunnen zijn dat aankomende studenten een gezelligheidsvereniging minder nuttig vinden. In tegenstelling tot vroeger zijn de studentenroeiverenigingen in Nederland vrijwel allemaal losgekoppeld van de gezelligheidsvereniging waar ze ooit bij hoorden. Njord heeft slechts een platonische relatie met het Leids Studenten Corps 'Minerva'. Hetzelfde gaat op voor Argo en Ceres en Proteus-Eretes en Virgiel. Om te overleven gingen de studentenroeiverenigingen meer bieden dan alleen maar roeien: er kwam een gezelligheidsaspect in waardoor ze steeds meer met de grote studentenverenigingen zijn gaan concurreren. Maar het sportaspect bleef centraal staan. Vandaag de dag zou het best wel eens zo kunnen zijn dat juist dit serieuzere karakter, het sporten, de 'nieuwe student' aantrekt. Er is minder tijd te verdoen, dus als je als student ergens lid wilt worden is het combineren van (serieuze) sport en gezelligheid aanlokkelijk.
Het strengere studieklimaat zou, met andere woorden, zomaar eens in de kaart kunnen spelen van de studentenroeiverenigingen. Die zouden daar, net als de KNRB, nog beter op in kunnen springen. Want wie weet: het aantal aanmeldingen kan volgend jaar zomaar weer verder groeien. Tot die tijd luidt de voorlopige conclusie in ieder geval dat het goed gaat met het studentenroeien. En dat is al een prima resultaat.


